Landbouw

Werken met cacaoboeren in Ghana aan duurzaamheid

Marcus Schaefer, een van de collega’s van het communicatieteam van de Rainforest Alliance, reisde onlangs vanuit zijn thuisstad Stockholm naar Ghana om eens met eigen ogen te zien hoe wij werken met cacaoboeren in het West-Afrikaanse land. Hij schreef er een aantal blogs over, die de verschillende elementen in het werk van de Rainforest Alliance laten zien.

Reizend vanuit de stad Kumasi, de tweede stad van Ghana en hoofdstad van het Ashenti-volk, naar de cacaoregio in het westen vielen mij twee dingen op. Nergens zie ik regenwoud. Op af een toe een indrukwekkende boom na, zie ik vooral truckladingen vol omgekapte bomen, die de andere richting van waar ik naar toe ga oprijden. Het landschap waar we doorheen rijden lijkt dezelfde verandering te hebben doorgemaakt als mijn thuisland Zweden. De oude oerbossen zijn gereduceerd tot maar een klein percentage van wat er nog totaal in het land aan bos over is.

 

Ontbossing
En dat klopt ook. In de 19e eeuw was er namelijk maar liefst 8,2 miljoen hectare regenwoud in Ghana. Vandaag de dag heeft het land daarvan nog maar 1,2 miljoen hectare over. Het grootste deel daarvan is beschermd gebleven is in natuurreservaten. Buiten de reservaten om vind je nog maar 40.000 hectare oerwoud. De grootste oorzaak daarvoor is kleinschalige landbouw. Van alle landen ter wereld heeft Ghana de grootste ontbossingscijfers ter wereld. Per jaar verliest het land 2,1 procent van haar overblijvende bossen. Dat komt neer op 115.000 hectare bos per jaar. Voor de Rainforest Alliance, met onze missie om biodiversiteit te beschermen, is het dan ook van groot belang dat we de lokale gemeenschappen in Ghana bereiken en hen helpen om hun landbouwpraktijken te verduurzamen.

Cacao
Mijn trip bracht me naar de Juabeso/Bia region in westelijk Ghana, aan de grens met Ivoorkust. Drie jaar lang heeft de Rainforest Alliance in dit afgelegen gebied samengewerkt met 36 gemeenschappen om duurzaam landgebruik te promoten en om kleinschalige ondernemingen op te zetten. Deze gemeenschappen zijn gevestigd in het gebied tussen het nationale park Bia en het bosreservaat Krokusa Hills. Dit gebied wordt gedomineerd door cacao. 80 procent van de 26.000 hectare land in dit samenwerkingsproject wordt dan ook gebruikt voor het verbouwen van deze plant.

Certificering
De cacaoboeren kregen certificering van hun cacaoplantages, en training, volgens de standaarden van het Sustainable Agriculture Network (SAN).  “Er zijn twee redenen voor het grote succes van dit project”, zegt Victor Mombu, Environmental Services Specialist bij Rainforest Alliance in Ghana. “Allereerst hebben we samen met de gemeenschappen zelf een sterk lokale beheersstructuur opgezet. Ten tweede gaat onze focus verder dan alleen het verbouwen van cacao. We richten ons op verschillende aspecten in het leven van de cacaoboeren.”

Duurzaam bosbeheer
Het werk van de Rainforest Alliance in dit gebied ging namelijk verder dan alleen de certificering van cacao, en de verduurzaming van deze landbouw. Het project was breder gericht op de omgeving. Het bestond ook uit vier andere pilaren: duurzaam bosbeheer, de ontwikkeling van REDD+-bossen, de ontwikkeling van kleinschalige ondernemingen om het bosbeheer aan te vullen en educatie over klimaatverandering op de lokale scholen.

Chocolade
Het project in Ghana werd gefinancierd door Usaid, Norad, met Olam als zakenpartner, en maakt deel uit van Greening the Cocoa Industry, het initiatief van de UNEPGEF. Dankzij het project hebben 1259 boeren certificering ontvangen. Hun cacao wordt opgekocht door Olam, die op haar beurt het weer als grondstof levert aan grote chocoladeproducenten als Barry Callebaut and Unilever.

Vaste prijs
De prijs die betaald wordt in Ghana aan cacaoboeren wordt gereguleerd door de COCOBOD, de Ghana Cocoa Board. De prijs wordt afgesproken aan het begin van het seizoen en alle cacaoboeren krijgen dezelfde prijs, ongeacht de kwaliteit van hun oogst. Waarom zouden deze boeren dan eigenlijk kiezen om mee te doen aan zo’n programma van Rainforest Alliance, iets wat hen veel tijd en geld kost, Die prijs ligt immers toch al vast?

Anthony Adon, teamleider in het veld voor de Rainforest Alliance in Juabeso/Bia legt uit. “Waar het op neerkomt, net als bij elk duurzaamheidsproject, is de uitwisseling van kennis en het toewerken naar de acceptatie van nieuwe methoden. Dankzij de lokale managementstructuur die we samen met de lokale gemeenschappen hebben opgezet hebben we daarvoor begrip opgebouwd. Met als resultaat: hogere opbrengsten, alternatieve bronnen van inkomsten en meer controle op de kosten. Dat levert meer op. Boerderijen kunnen zich beter aanpassen aan klimaatverandering. En dat is op de lange termijn het meest belangrijk.”

In de volgende blogs zal Marcus schrijven over de verschillende aspecten van het project. Van REDD+, klimaateducatie op de scholen tot het ondersteunen van kleinschalige bedrijven.

Laat een Reactie achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s